Sluit je aan

Neem eens een kijkje op Twitter, Facebook en LinkedIn.

TwitterFacebookLinkedInWhatsApp

Of sluit je aan bij een van onze besloten groepen.

Facebook Facebook-groep algemeen

Facebook Facebook-groep jongeren

Facebook Facebook-groep volwassenen

Facebook

Facebook-groep partners van Touretters

Webshop

In onze webshop vindt u diverse publicaties over de symptomen, oorzaken en behandeling van het syndroom van Gilles de la Tourette. Gratis voor donateurs!

Agenda

Naar de agenda

Twitter

StichtingGTS: Soms zijn er aanwijsbare redenen voor het toe- of afnemen van tics, maar soms komt het gewoon door het natuurlijke… https://t.co/u6p9QZ9FqG
StichtingGTS: RT @wijzijnmind: Leuk! Psychiater @oosterhoff2 is vanavond te gast bij @RTLLateNight om te vertellen over het winnen van de @wijzijnmind #A
StichtingGTS: Wij feliciteren psychiater Menno Oosterhoff (@oosterhoff2) met het winnen van de Antonie Kamerling Award, voor zijn… https://t.co/xaoSmW3B1A

Autisme en Tourette: overeenkomsten en verschillen op een rijtje

Door: Annet Heijerman

Autismespectrumstoornissen en het syndroom van Gilles de la Tourette worden beschouwd als aparte aandoeningen, maar vertonen veel overlap. ‘Pure’ vormen van beide aandoeningen zijn zeldzaam. Maar een deel van die overlap blijkt te komen door symptomen die erg op elkaar lijken en met elkaar verward worden. Wat zijn nu precies de overeenkomsten en verschillen?

De cijfers laten een behoorlijke overlap zien: kinderen en jongeren met autismespectrumstoornissen (ASS) hebben vaker dan andere kinderen het syndroom van Gilles de la Tourette. De schattingen lopen erg uiteen, van 6-8 tot 22 procent. Andersom hebben kinderen en volwassenen met Tourette ook vaker autismespectrumstoornissen dan de algemene populatie. Hierbij wijst het ene onderzoek op zo’n 4,5 procent, terwijl het andere uitkomt op 15 procent (21% bij kinderen en 8% bij volwassenen).

Herhalend gedrag: tic, dwang of autisme?
Maar misschien is de overlap wel een stuk kleiner dan we dachten. Uit recent onderzoek blijkt dat deze hoge percentages bij kinderen voor een belangrijk deel voortkomen uit de moeilijkheid om complexe tics en dwangverschijnselen goed te onderscheiden van symptomen van ASS. Vooral herhalend en beperkt gedrag kan aangezien worden voor autisme, terwijl dit ook symptomen kunnen zijn van een tic- of dwangstoornis. Een goed onderscheid tussen de symptomen is belangrijk voor een goede diagnose en begeleiding. De belangrijkste overeenkomsten en verschillen op een rijtje:

 

Overeenkomsten in symptomen van Tourette en autisme

  • beginnen in de kindertijd;
  • komen meer voor bij jongens dan bij meisjes (bij Tourette in de verhouding 3:1 en bij ASS 7:1);
  • net als Tourette is ASS soms lastig te onderscheiden van een dwangstoornis (OCD), omdat het ook veel samengaat met beperkte, herhalende patronen van gedrag, interesses en activiteiten;
  • tic-achtige dwanghandelingen, zoals ordenen en symmetrie aanbrengen, komen vaker voor bij mensen met ASS dan andere vormen van dwang.

 

Verschillen

Stereotiepe gedragingen bij autisme zijn geen tics, maar worden daar soms wel mee verward. Beide nemen toe in perioden van opwinding en stress. De verschillen zijn niet altijd heel duidelijk maar toch te herkennen aan de volgende kenmerken:

stereotiepe bewegingen bij ASS

tics bij Tourette

beginnen op zeer jonge leeftijd (< 2 jaar)

beginnen gemiddeld rond 6/7 jaar

zijn constant in het beloop (vaak chronisch)

nemen vaak af tijdens de adolescentie

vaak in armen, handen of het hele lichaam

vaak in ogen, gezicht, hoofd en schouders

ritmisch (bijvoorbeeld fladderen en zwaaien)

niet-ritmisch, onregelmatig

vaak continue, langdurige bewegingen

vaak plotseling en kort

gaan niet vooraf door een ‘kriebel’

vaak ‘kriebel’ of drang om spanning kwijt te raken


Bronnen: Rizzo et al. (2017) Relationship between Autism Spectrum Disorder and Tourette Syndrome in Childhood. J Pediatr Neurol, 15(03): 115-122. doi: 10.1055/s-0037-1602821
Darrow, S.M. et al. (2017) Autism Spectrum Symptoms in a Tourette’s Disorder Sample. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, 56 (7): 610-617.e1. doi: 10.1016/j.jaac.2017.05.002