Rob: “Hey, doe even normaal joh!”

Na de vervelende volleybalwedstrijd merken wij dat Bob steeds meer last krijgt van zijn tics. Niet zozeer voor hemzelf of binnen het gezin, maar vooral buitenshuis. Er zijn kinderen die Bob normaal vragen waarom hij tics maakt. Maar hij wordt ook uitgelachen, nagedaan of op een andere vervelende manier met zijn Tourette geconfronteerd. Hoe kunnen wij Bob hiermee op een praktische manier steunen?

Hulpvraag

Met de huisarts bespreken wij onze zorgen en met een verwijzing naar een kinderpsycholoog gaan wij weer naar huis. De hulpvraag is hoe Bob weerbaarder te maken tegen vervelende en kwetsende reacties op zijn Tourette. De kinderpsycholoog is een vriendelijke, rustige vrouw en Bob vindt haar ook aardig; dit is het allerbelangrijkste! Wij brengen hem er wekelijks naar toe om vervolgens in de wachtruimte te wachten totdat hij klaar is. Na verloop van tijd worden wij als ouders ook een keer uitgenodigd voor een tussentijdse evaluatie. De psycholoog vertelt dat Bob een rustig en introvert ventje is, dat duidelijk worstelt met zijn aandoening. De gesprekken met hem gaan goed, maar wij als ouders worden er nu ook meer bij betrokken. Het is belangrijk dat Bob zélf vertelt dat hij Tourette heeft. Dit moet hij vooral doen als hij ergens ‘nieuw’ is. Dus bijvoorbeeld de eerste dag op een nieuwe sportclub of in een nieuwe klas. Hierdoor maakt hij gelijk duidelijk wat tics zijn en zullen kinderen er veelal anders mee omgaan dan dat er ‘geraden moet worden’ wat er aan de hand is.

Het tweede doel is dat Bob weerbaarder wordt door zélf te reageren op vervelende reacties. Nu zegt hij niets of doet hij net of hij de opmerkingen niet hoort. Bob zou assertiever moeten zijn en reageren met uitspraken zoals “kijk naar je jezelf, joh!” of “waar bemoei jij je mee?!”. Het klinkt erg logisch, maar wat zijn beide opdrachten ontzettend moeilijk voor Bob die van nature zo stil en introvert is en zich daarnaast schaamt voor zijn tics.

Verbaasd

Om Bob te helpen moeten wij als ouders thuis oefenen. Als hij tict, moeten wij opeens reageren met een vervelende of kwetsende opmerking. Als Bob dan assertief reageert, zal dit uiteindelijk een natuurlijke reactie van hem worden en zal het hem minder raken. Op een zaterdagmiddag besluit ik, met bonkend hart, dit voor het eerst in te gaan zetten. Ik ‘waarschuw’ Bob dat ik straks vervelend ga doen en hij vindt het oké. Bob zit achter de laptop en tict bijna continu. Opeens zeg ik: “Hey, doe even normaal joh!”. Bob kijkt mij verbaasd aan en vraagt: “Wat zeg je, pap”?
Ik voel de tranen opkomen en zeg die rot zin nogmaals, maar nu veel zachter. Ik loop naar hem toe, knuffel hem stevig en zeg hem dat ik het écht niet kan en ik begin flink te huilen.

Ons thuis is voor iedereen een veilige plaats en zéker ook voor Bob en dat moet en zal altijd zo blijven!